zaterdag 24 november 2012

Gelezen in VVV brochure:
In cultuurhistorisch opzicht is het belang van molens voor Nederland in het algemeen en voor Schiedam, als molenstad, in het bijzonder van ongekend grote waarde.

Iets verder in de folder dit:

Vrienden gezocht voor Schiedamse molens. De vijf grootste molens ter wereld vormen voor Schiedam niet alleen een rijk bezit, maar ook kostbaar bezit. Daarom hebben de Schiedamse molens vrienden nodig. Vrienden die met een minimale bijdrage steun verlenen aan het molenonderhoud.
De vijf GROOTSTE molens ter wereld hebben en dan…
Schiedam op z’n smalst wellicht?

Maar ook dit in de VVV folder:

CoBrA (de kleur van vrijheid)
29 maart – 28 september 2003 (helaas afgelopen, maar om vooral het door u gemiste toch nog te tonen wil het er blakend blijven staan).
In Het Stedelijk Museum
Hoogstraat 112
3111 HL Schiedam
di t/m zat 11.00 – 17.00 uur.
“wij werken niet vanuit de idee, maar vanuit de materie. Een spontane kunstuiting kent geen mooi of lelijk” (Karel Appel, tegenmanifest, 1948.)
Circa 250 schilderijen, sculpturen en werken op papier zijn er te zien van bekende CoBrA-kunstenaars als Karel Appel, Eugenie Brands, Corneille, Constant, Lucebert, Anton Rooskens enz.
En met een beetje voorbedacht geluk van afspraak en organisatie had u in groepsverband een rondleiding van de vrouwelijke helft van SAGE kunnen krijgen, toch een niet te versmaden extraatje aan kijk én luistergenot mag ik, Spaland, u uit ervaring verzekeren. (en nee, dit staat niet in de folder)
U had dus al de donder naar… Echter en nogmaals, te laat helaas.

Verder nog wat ontstellende verbazing om het VVV folderstukje waarin gesproken wordt over Midden – Delfland:

Aan de rand van Vlaardingen ligt, ingeklemd tussen Schiedam, Delft en Maassluis, het gebied Midden Delfland. In dit prachtige gebied komt menigeen tot rust. (…) Het gebied is rijk aan flora, waaronder dotterbloemen, orchideeën, veenmos en veenpluis, koekoeksbloemen en zegge. Grutto’s, kieviten en blauwborsten hebben in de Vlietlanden een broedplaats gevonden enz.
Echter, wat de folder niet vermeldt is dat het hele gebied nu (jarenlang voor-
komen door actiegroepen, maar met deze regering…) in een recordtempo zal
worden opgeofferd aan een snelweg, de A-vier geheten, die dwars door het inderdaad prachtige gebied zal gaan. De VVV-gids vermag wat dit item betreft zodoende niet meer dan een Veel Verhullend Vaaggidsje te zijn, helaas.

Zie ook hier

Maar en ondanks:

O mijn Schiedam,


Jij plaatsje met je vele waters
Alsook je goud op flessensnee
Wellicht herberg je vele haters
Wellicht ook speel je katje weltevree

Toch jij blijft mijn lekkerst stadje
Want reeds vroeg voor dag en dauw
Vond ik hier mijn liefste schatje
Vol met ‘O, ik ook zoveel van jou’

Maar bah en o zo wezenlijk blauwtje
Aan de boulevard vond het z’n eind
Daar steeg ik snel te dip op rouwtje
Kwam ik vele uren niet meer opgelijnd

Later bij het pleingebouw met al die palen
Kreeg ik uit ach en wee geen steentje steun
Ook al liep ik als van maan zo gek te dwalen
Het palenpand gaf niets o zelfs geen kreun

Edoch een plaats met zoveel mooie molens
Daar krijgt men toch een ieder aan de wiek
Vooral de Keteldruppels van heer Nolens Volens
Helen elk te dipje al snel naar niet meer ziek

O lief Schiedam jij blijft mijn lekkerst stadje
Al leef ik nu alleen van fles naar zwabberbeen
Zo zonder mijn hier toch gevonden lieve schatje
Eén als jij, wellicht nog beter, ik ken er geen

Gebogen


breekbaar kromt
de bronzen dwaler
over eigen ruimte

vingers rapen
vol van zinnen
tegenspraken bloot

nobel tegengif
sijpelt over lege handen

toont geboorte
vol van sporen ijs-
vermaak met pluizen

bol van warmte
ver onzeker zacht
en vreemd in ogen

zonderling
verschuivend
langs een fraaie boog

Ars poëtica


Niets meer doe ik
Dan het droppen

Op papier

Van woorden
Die
Elkaar verhangen

Een kleine vertelling

Een kleine vertelling

Ik?

Ik heb kanker.
Ik lig hier al weken.
En ik word goed verzorgd.
Door vrouwen.

Vrouwen die ik zonder nooit zou hebben leren kennen.
Vrouwen gekleed in het wit.
Als bruidjes.
Verzorgend, bezorgd, maar ook doortastend.

Ik lig hier goed.
Ik word volledig gecompenseerd.

Regelmatig wordt het in mijn buik betast.
Zachte handen.
Waarbij een stem.
‘Doet het pijn?’
Alsof er gevraagd wordt: ‘Nog een keer?’

Nee, er is niks mis mee.
Met een beetje kanker hebben.
Dat zei m’n buurman ook.
Gisteren.
Vanmorgen mocht hij naar huis.

Ik heb geen vrouw.
Hij wilde eigenlijk ook niet.
Mijn buurman.
“Zuurtaart” dat zei hij.

Mijn piemel lange tijd al niet meer gezien.
Of aangeraakt.
Een berg ligt er voor.
Een berg van pijn zeg maar.
Alleen nog om te worden gewassen ligt ie daar.
Die piemel.
Door de witbruidjes.

Plassen doe ik uit mijn linkerheup tegenwoordig.
Tenminste in zoverre ik dat kan inschatten.
Regelmatig wordt daar wat gerommeld.
Door de zachte handen.
Aan mijn darmblaasje, van plastic.

Vanmiddag krijg ik nieuw gezelschap.
Zo is me beloofd.
Met hetzelfde.
Kunnen we het erover hebben.
Zo glimlachte het uit het wit.
Een meetlint zou dan wel handig zijn.
Zo dacht ik nog.
Dan kunnen we meten.
Meten wie de grootste heeft.
Ik vertrouw erop dat mijn berg het zal winnen.

Ik lig pal voor het raam.
Mocht opschuiven.
Nadat mijn voor vorige buurman plots weg was.
s’ Nachts.
En terwijl ik sliep.

Zomer, behoorlijk zomer daarbuiten.
Bruin steekt binnen af tegen wit.
Mijn onthaarde huid zou ook wel wat…
Later, later.
Eerst de nieuwe aanbieding doorwerken.
Het nieuwste van het nieuwste.
Zo zei de specialist.
En of ik dat wel wilde.
Natuurlijk wilde ik dat.
De vorige had ik toch ook gedaan.

De witmeisjes waren vanaf het begin lieftallig.
Als ik het vroeg hielden ze me een spiegel voor.
Nu weet ik het wel.
Alleen mijn schaamhaar…
Maar ik durfde er niet naar vragen.

Dat ik niet meer lekker kan eten.
Dat is wel jammer.
Met veel glimlach op wit zetten ze het voor me neer.
Maar de berg protesteerde direct met pijn.
Werd ik door een van mijn vrouwen gevoerd.

Via een sonde krijg ik nu bijvoeding.
Wel grappig, voedsel van plastic naar plastic.
Ik daar nog even tussen.
Als een oorzakelijk verband.

Gek eigenlijk.
Nooit zo gehouden van bloemen.
Er nooit op gelet ook.
Maar nu hier.
Voor het raam liggend.
Zou ik ze willen plukken.
Hun geur van horen zeggen willen opsnuiven.

Deze nieuwe zegt niet veel.
Gisteren binnengebracht.
Door zijn vrouw.
De geschiedenis zal zich toch niet herhalen.
Veel stilte.
Maar de woorden zullen wel komen.

Dat ik het hier naar mijn zin heb.
Dat is wel lekker.
Alleen ik slaap zo veel.
Soms word ik wakker zonder benul.
Moet ik alles in het plafond nagaan.
En dan nog met moeite.

Het bed van mijn jeugd.
Daar word ik de laatste tijd vaak op wakker.
Mijn moeder die aan m’n schouders schudt.
‘Wakker worden wakker worden’.
‘Tijd voor uw medicijnen’.

En dan weet ik het weer.

Die nieuwe zegt wel bijzonder weinig.
Hij zal toch wel kunnen praten.
Hé, probeer ik, hé.
Geen reactie.
Meewarig ligt hij me aan te kijken.
Doofstom, vast doofstom.
Ik hoop dat ie gauw met z’n vrouw mee naar huis mag.
Dit is toch geen leven zo.

Liever, ze worden liever en liever.
Mijn vrouwen.
Wel praten ze almaar harder.
Mijn buurman is doof hoor.
Mompel ik dan.
Maar ze schijnen het niet te verstaan.
Wat zegt u, gillen ze bijna.
Alsof ze het tegen de buurman moeten hebben.

Slaap, verdorie wat een slaap.
Concentreren, wakker blijven.

Zei die buurman nu maar eens wat.
Of mijn vader, tegen mijn moeder.

Die stilte hier.

Door een plastic slangetje stroomt het.
Net een navelstreng.

Toe pap, zeg nu eens wat tegen haar.
Het liefst iets liefs.

Die bloemen.

Slaap, slaap.
Steeds vaker.

Zomaar iets heel liefs.

Een vers zakje diner.
Zachte handen voor een glimlach.
Witlof met ham? Biefstuk? Een soepje vooraf?
De lieverds.

Mag ik nu bij het raam?

De doofstomme!

Mag ik nu bij het raam.
Dat vroeg ie.
Toen ik al een flink eind op weg was.
Naar die andere kamer.

Andere kamer?

Lekker alleen.
Dat zei ze, het witbruidje.

Kunt u rustig slapen, ook dat zei ze.

Weer die zachte handen.
In de buurt van de berg.
Even legen.
Woorden vol glimlach.

Ook al wit.
Deze andere kamer.

Zou het daar ook wit zijn?

Een doorgeefluik.
Van het ene zakje naar het andere.
Functioneel.
Een tussenblaasje met huid zonder haar.

En is er wel zoveel plaats?
Misschien zijn de zieltjes dun.
Zo flinter dat ze geen plaats nemen.
Tot in de eeuwigheid kan het dan doorgaan.
Dat opnemen.

Slapen?

Maar ik wil helemaal niet…

Weg was ze alweer.

En waarom de gordijnen dicht?

Slapen ik moet natuurlijk slapen.
En dan morgen weer die zachte handen.

Slapen slapen.
Naar handen.

Naar slapende handen zo...… Zo zacht.

zaterdag 3 maart 2012

Brief (109) uit Schiedam



De ANWB?

Daarvan ben ik lid.

Nog wel.

Want zoals Martin Bril (jaja, die lees ik ook, eh voor
het eerst weliswaar, en voor het laatst zo doet het
zich vermoeden, want nog zoveel ander spul is er
in de wereld rap te lezen) in een van zijn stukjes in
een laatste door zijn vrouw samengesteld boek (Het
evenwicht) schrijft dat de hoofddirecteur? van de AN-
WB zich niet heeft te bemoeien met de inrichting van
het Nederlandse landschap tegen verrommeling (Bril
las dat ergens in een artikel – zie zijn boek bladzijde
170 / 171), zo rimmel ik er van dat deze ANWB zich
via een opdringerig reclamespotje op de televoos wil
gaan bemoeien met het feit dat ik winterbanden onder
mijn auto heb te doen.

Winterbanden!

Het is toch een gotzpe in een land waar de winter,
uitzonderingen daargelaten, al decennia op decen-
nia alleen wat natte sneeuw heeft weten te produ-
ceren. Nattigheid waarvan de dan ondergebonden
winterbanden op slag aan schaamventielen gaan
lijden krijgt die ANWB-klup (ook in de eerstegraads
autobisnis tegenwoordig) met genoemde promotie-
campagne het voor elkaar heel rijdend Nederland
aan winterrubbers te verslaven. Rubbers zoals ge-
zegd meestentijds nutteloos, vette winters namelijk
zoals in Rusland en omstreken zijn hier statistisch
gezien niet te verwachten dan eens in de twintig tot
vijftig jaar of daaromtrent.

En dan, waar al die extra banden te laten?

Ja, eerst een opslagje.

Maar dan?

Al jaren lid, ik dus.

In al die jaren 1! keer gebruik gemaakt van die klup
via een plots te leeggebloede accu. In Delft was dat.

1 beproevend klein keertje!

Hoewel, er zij gezegd dat ik ze ook eens nodig had
in België. In het badplaatsje Oostende brak zowaar
auf einmal de koppelingskabel van de Opel Combo.
Gestrand in een streepje winkelstraat de ANWB ge-
beld in de veronderstelling dat die wel een bevredig-
ende oplossing voor het ontstane probleem zou aan-
dragen met alle égards een al jaren trouw betalend
lid ten volle waardig!!! Uiteraard leest u hem al aan-
komen; of ik een lidmaatschap had voor het buiten-
land zo begon de floerse ANWB-stem in mijn mobiel.

Eh… Nee dus.

Want uh geen idee (ik lees ‘t klupblaadje of anders-
zins gedrukt ANWBgedoe nooit) dat dát nodig was.
Dan kunnen wij u niet helpen, probeert u het eens
bij de Belgische wegenwacht, zo was het antwoord
van dé klup van Nederland aan mij, trouw lid, die in
een smal winkelstraatje stond waar het dus heel wel
gezellig verboden te parkeren gold.

Een nogal smoorbrengende oplossing.

En dat van een klup die nu ook nog eens verdomme
op sturende wijze alle automobilsten een flinke zooi
meestentijds zéér overbodige winterbanden door het
ragrijdstrotje wil stuwen.

Stuwen ja.

Hoewel, HOEWEL.

Voor het eindejaarsfeest is het natuurlijk wel tof, zo-
veel extra extra! banden. Want branden, dat  doen
banden als geen ander. En dat er millieutechnisch
het een en ander op aan te merken is, nu ja, dat is
meer iets voor al de rondleuzende gediplomeerde
beroepskniesoren.

Maar goed, voor een noodkabeltje dat ik echt wel
binnen twee weken diende te vervangen aldus een
opgemobielde Belgische wegenwachtman mocht
ik heus een droeve bak aan euro’s betalen. Ja, een
werkelijk onbehoorlijke smak euro’s. En dan nog
stevent België op een dodelijke financiële crisis af
zo schreeuwen de alom rondzwiepende berichten.

Overigens, nauwelijks bekomen terug in Nederland
liet men mij ook hier een onbedaarlijke plons aan
euro’s voor een volwaardige Opelkabel neertellen.

ANWB / winterbanden / veiligheid.

Jaja.

Maar ha, de eerste krokussen zijn weer in het land.
Toch maar mooi dé fréle aankondigers van een on-
bezorgde winterbandenloze periode.

Fréle en krokussen?

Een politiek eindje dan maar?

Da’s wél altijd high-brow geloof ik.

Maar weer Geert, het wordt zo gewoontjes inmiddels.

En Job is ook al weg.

Moeten we het ineens met vijf andere koppen doen.
En dat terwijl het kopje van Job zo lekker begon te
beklijven.

Geen Job, geen top wil je haast gaan denken bij al-
le liefcomentaartjes na de aftocht van hun aller Job.

Potver!

Wellicht dat de ANWB hier ook iets mee kan?

donderdag 1 maart 2012

Romanke .12

juist voor een laatste slok koffie
op het moment  van naar bed
of om het even naar de winkel

*

sluipt er steeklicht aan het raam

wel de bril op
maar
de glazen druil

midden in de nacht
toch doet hij verder

want

hond heet poeh
hier volkomen
overbodig te zijn

de broekzak vol knikkers loopt leeg op de trap
de kat heeft bergen lol vangt bijna alle stuiters

geamuseerd stapt hij
zijn thuis naar buiten

het heelal knalt
vol op de rug
dolt de sterren

zijn maanvis in de kom binnen
kieuwt het water of het zowaar
in een flauwe grap is geraakt

haakt zijnsrondjes

- om hij dé maanvis die zich wat inbeeldt -
- om een hij die zijn thuis nu gaat luchten -

ingrediënten

voor komexistentie

zijnsrondjes HET ZAL DE LEZER LEREN


*avondwinkels alom


Werner Spaland

woensdag 29 februari 2012

Virulente hoedbewoning

kraaloogjes achter plexiglasweelde
strompelend over manen bij dageraad
pal voor een kastanjevaas met klaprozen

dat kende je wel

een gebroken schepping lijmen
behoorde evenwel tot de mogelijkheden
maar met repareren had je niet zoveel

ook dat wist je

stokrozen midden op de weg
trambanen overwoekerd met schoenen
gevels die verhalen uitdelen

daarvan wist je minder

ook over het wonderwoud van spelen
met wallen tussen scherven van olijke
hoornoten aan bedreven beelden als

“Duizend kippen na de brand afgemaakt”
“Bloemencorso eindigt in drama”
“Spoortrajecten geraakt door de bliksem”

wist je weinig of niets

wel vond je “Singin’ in the rain” nog altijd
een gave film
om die dans                          in de goot


Werner Spaland