Posts tonen met het label Gedichten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gedichten. Alle posts tonen

vrijdag 21 december 2012

Virulente hoedbewoning

kraaloogjes achter plexiglasweelde
strompelend over manen bij dageraad
pal voor een kastanjevaas met klaprozen

dat kende je wel

een gebroken schepping lijmen
behoorde evenwel tot de mogelijkheden
maar met repareren had je niet zoveel

ook dat wist je

stokrozen midden op de weg
trambanen overwoekerd met schoenen
gevels die verhalen uitdelen

daarvan wist je minder

ook over het wonderwoud van spelen
met wallen tussen scherven van olijke
hoornoten aan bedreven beelden als

“Duizend kippen na de brand afgemaakt”
“Bloemencorso eindigt in drama”
“Spoortrajecten geraakt door de bliksem”

wist je weinig of niets

wel vond je “Singin’ in the rain” nog altijd
een gave film
om die dans                                 in de goot

Romanke .13

Het complete seizoen

soms breken ze

nagels

te weinig in sloten gedacht
nooit alle zeven gezien ook

laat staan erin gevallen

dit alles wel graag opslaan als concept
want wat af is doet niet echt meer mee

zo heb je huizen die klaar zijn
snel door gewoonte bewoond
bruggen die oevers verbinden
waarvan men niet meer opkijkt

radiostilte geen optie

in Spanje doen ze stieren
en de zee ook al zo groot

en wegen MOETEN aangelegd
dus bermen vol ongebruikt vlees

(dit voor de partij voor de dieren)
(en dat van die stieren natuurlijk)

nagels

soms breken ze

toch tot in het graf weten we
ze een tijdje nog te groeien

Romanke .12

Kaskraker

juist voor een laatste slok koffie
op het moment van naar bed
of om het even naar de winkel*

sluipt er steeklicht aan het raam

wel de bril op
maar
de glazen druil

midden in de nacht
dus doet hij verder

want

hond heet poeh
hier volkomen
overbodig te zijn

de broekzak vol knikkers loopt leeg op de trap
de kat heeft bergen lol vangt bijna alle stuiters

geamuseerd stapt hij
zijn thuis naar buiten

de maanvis in de kom binnen
kieuwt het water of het zowaar
in een flauwe grap is geraakt

haakt zijnsrondjes

ingrediënten voor komexistentie

zijnsrondjes

HET ZAL DIT GEDICHT LEREN


*avondwinkels alom

Romanke .11

Hoogmuziek

vogels op blote hoogte met veren rondom
kennen de slagen van soms een bekje spuug
maar ook geen spatje aan de hemel vooral

op een groen groen groen groen knollen
knollenland onze vleugels heel parmant

pepermuntje op de tong
een veilig aan de grond

vanwege zaakjes op leven danig

dagen geil

en niet uit elkaar want waar
geloofd wordt zwellen wanen
zonder doodgelakte appels

plus afstandsbediening
op weggelaten dromen

en ook zo af en toe wat mes
op de keel hup een-twee-drie

zo lopen we aan we op conversatie

de veren rondom

geen spatje aan de hemel vooral

Romanke .10

Overbelicht

water past overal in al wil vader nooit naar het strand
omdat ie dan zijn sokken uit moet doen zijn haren ongekamd gaan
als Sirenen in een koekenpan met glazen deksel waarin een gaatje

voor het ontsnappen van hete lucht

moeder achter haar meubelscherm daar geen weet in wil hebben
naast hun vijver zonder vissen en flansend wier weggeknipt om altijd theewater
want water past zoals fijn klavertjes vier smijten over dat waartoe vader stuitert
waarvan moeder haar krulharen stijf aan de vaatdoek houdt

zo

dat ze er de dagen mee vullen

het huis in gestuwde vlaag aan ijle struiswolken hangen

Romanke .9

Dus moet het een gedicht zijn

liederlijk zo bulkt een boek uit de boekenkast
lente zo zingt een ander geschrift
onzin zo ook lepelt er tussen wat kaften uit

op de tafel een tekening
daarop bedreven mieren
getekend in een naïeve stijl

ik eet een Berliner bol

Jezus hangt cosy aan het kruis boven de deur

o een paar sluike dijen nu
en ja ook de thee al koud

zeeslagen zo lonkt een paperback

uit mijn geschiedenis pulk ik...

verrijking op het lek zo sijpelt er onverstoorbaar uit een bundel essays

op het raam druppelt mooi weer
de gordijnen dik doende zich te

verzwijgen

weg in eigen zolder zo fluistert een fraai glanzend anthologietje

de op het vel
getekende mieren
ze woelen

lessen in lyriek zo zwijmelt W. Bronzwaer naast een boek over Hitler

Romanke .8

Zeven sloten

zo kijk je het gras uit tuinen van sporters
zo kijk je wapenblauw op de lucht
of laat je wat koeien hun uiers ontploffen

je probeert eens wat
je slaakt een boek open
je bakt een haantje
je geniet je huurtoeslag

een kasteel dat nog niet op instorten staat
pulkt aan eigen fundament om een knap afscheid
in de gangen heerst dat wat gangen tot gang maakt
en buiten kijkt een meisje op naar de trans
waaraan een witte zakdoek fladdert
die probeert het gebouw vlot te trekken bedenkt ze

ook zij probeert eens wat

want de schepping geen slecht idee

in de buik van de walvis waar Jonas ook al zo huisde is
het een bende van jewelste maar het spugen blijft uit
het beest zwemt gewoon door zoals het voorwaar hoort

het geeft toch te denken

zoenendebelofteinboedel en geen uitvaart
als euthanasie nog moet volgen probeer je
niet uit overtuiging maar meer uit gewoonte

zoals er altijd wel koeien in weilanden staan
zoals er nur wat letters als je nooit echt leest

je probeert eens wat

stenen / platte stenen

de rivier ketst ze in een heg rond een speelplaats

Romanke .7

AaBbCcDd et et et et et cetera

en dan historie herhaalt zich
niet moeilijk is het om je te
tot op de overkant te dragen

aldus de dragers van klare kleding
veelal behoorlijk leb van alle drang

anders dan tussen behang aan krappe muren
waar ze achter gefronste lippen alles ja alles
willen vertellen / op verhaal wel (gordijnen toe)

dat ze heus willen gaan

maar altijd is er dan wel een buurman
die stuurs kijkt
over het hek

in hun visvijver zijn vrouw
en de maan rap vol op weg
naar whiter shade of alle álle pale

waarom glimmen in een auto
waarom die oogachterlijke bril
waarom vlies zijn in alom wak

zo stelt de buurman

en steekt zijn tuin in brand

de volgende dag gaat in de krant gewag gemaakt van
een vrouw met gele lelies in haar handen  tijdens een brand
en een hek dat gespaard bleef al bezeerde een man zich eraan

het heelal doet hier natuurlijk weer niks mee

en ook al die muren die Jezus eeuwig maar zo laten hangen

niet veel later (er vloog een doorkijkje over
en de windmolens deden in zee hun gang)
doezelde de krant in de gekuiste kattenbak

Romanke .6

Taartdrab en andere vormen van een simpel liedje

op het moment dat de zwetende man
er de verjaardagstaart op wilde zetten
ondertussen stroef mompelend dat er

weer

een fikse stap dichter gezet was naar
(al was hij pas zesenveertig en zijn dus
strandlieve vrouw argwelig veel jonger)

brak de tafel in tweeën.

op de eeuwigheid is zelfs negentig jaar
helemaal niks zo placht hij te zeggen
op verjaardagsfeesten of anderszinse
bijeenkomsten waar je vrolijk mag zijn.

alzo sneuvelde met de tafel de taart.
gegodver ging verloren in de breuk.

en of de feestzin nog ‘s extra niet wilde
swingen werd er buitenshuis een kind
aangereden door een auto die dan wel
geen milimeter te hard reed maar wel
loepzuiver ingleed op het stukje mens.

de taartdrab bij elkaar in warme vorm
geschoven en stevig aangestampt tot
men het kind wegnam in een lijkwagen.

ergens gleed er ruis uit een slaakpand
maar dat had niet per se iets te maken
met het verlies van de verjaardagstaart.

het feest vond volle doorgang in ‘t ware
besef dat 1 dode zwaluw weliswaar een
strontje op de lente zet maar geen lied
kan blussen op de blij komende zomer.

net aan de warmte zag men stuitende
ballonnen in de lucht men moest weer
denken aan de verjaardagstaart van de
zwetende man waarvan de oplaters dus
heus ook fiks een brok hadden gegeten.

nog later

maar geheel volgens de seizoenswissel
brak de winter in alle hevigheid aan en
men vond dat er veel was beleefd in de
stad. De vijvers vroren ervan dicht maar
de vissen wisten behendig te overleven.

Romanke .5

Labels

bomen in de straat staan zich
blakend groen te klauwen bij
veel uitzicht vanaf het balkon

zijn hobby

de stekelbaars houdt niet op
te bestaan zo’n zestien keer
per maand drijft ze zich aan
het aanwezige water dood al
wil haar lijkje nooit gevonden

of met stokrechte woorden en tegen alle versregels in:

er graast wat klots aan het lijf

een gerommel dat de avonturen
uit het groen pijnlijk tekort doet

Terug! naar de blomme regels

de ramen in de gevels blinken
alsof ze hem tot leven sporen
veel heimelijk bochelen van
gordijnen achter glasruggen

hij: fuck de mythe

en droogt de stekelbaars aan
de overlopende tekst van zijn
ware lijf waarin meiden beslist

maar nagel zwemt de maan
tegen het logge nachtlaken

moeder houdt z’n ijzers in het vuur
de omvang niet te pruimen maar
bij de patatzaak weten ze wel raad

stellen: suck de poëzie in moeders

op het platteland valt van het dak
van een hoeve geen volvette mus
de buurtinspectie rept in op duister

zoveel poëzie in patat met mayonaise

de stekelbaars alweer dood doft
zich op voor een volgende ronde

Romanke .4

Uitzetting

onder de deurmat wonen
veel spinnen. vader spin is
al eens buitengezet. netjes.

vader spin zag verdwaasd
toen om zich heen leerde
van warrige schreden drab.

rap na de uitzet wandelde
vader spin terug naar de
rand van de mat waar hij
zich lang al te wonen wist.

op de straat deden mensen
mensen. gevoelig als waren
ze nogal voor alles mogelijk.

ergens in veel tuin speelde
een hardhouten model voor
tuinkabouter als hoofd van
een gave ti ta straaldevisie.

voor haar computer zat een
vrouw een gedicht te lezen
bedacht na de schermtuur
als existentiële bergdalen
naar de wolken vallen dan
zal mijn sterrenstelsel wel
triljoenen wensen opdoen.

tegen de gevel van haar huis
stond een fiets prettig met
een lekke band. er ging niet
gegaan naar al overkomen.

't model van de straaldivisie
liet een wondernagel op stel
aanbrengen opdat het hoofd
kon blijven tot aan de dood.

in ‘t zicht van een ijsfabriek
sprak haar bouwvakker een
steen aan met de woorden
mijn leven jij harde donder.

de mat is nooit meer geklopt

vader spin was vol tevreden
liet familie uit het naburige
huis overkomen tot feesten.

en ook de tuin deed weer mee.

Romanke .3

Locatie op drift

we stopten voor een winkelcentrum
of men het ons voor de neus schoof

plots

en zonder dat we vroeg waren opgestaan

maar moeder ontmoette zo
haar eerste jeugdliefde
tachtig en gek genoeg
wist ze het nog tot in detail.

werkelijk een secuur verhaal

naar binnen dus.

op de kledingafdeling moest ze jurken
op de meubelafdeling moest ze stoelen
op de verpleegafdeling vastgebonden
kwam ze tot een set pillen en tot rust.

het winkelcentrum de schade betalen want
ook zonder ons moeder de wereld vol God

(een auto zou er zomaar voor gekocht
maar een droger was haar toch liever
heus dat wisten we nog van toen thuis
en vader maar knikken op zijn buidel
gezeten als de koning zonder kleding)

onhandige avances maar hij was heel
geweldig dat nog vertelde ze dus erg
nipt voor al die pillen moesten geslikt.

Romanke .2


Dagelijks brood

aardappels op een schaaltje
het was nog te doen alsof er
vreugde in te veel gezin kon.

de lijn op de gang waar jezus
met spijkers in al zijn zakken
gedurig overheen sprong zon
der lage veulens en gepelde
noten voor lekker tussendoor.

op straat weelden klavertjes 4
het zoeken mocht niet blaken
anders pikte een ander ze in.

of een mooie pinksterdag graag
samen in het zonnetje stralen
maar de melkman kwam langs

veel zwerfgevallen oftewel lately
woelen dishwashers noodnodig
het brein op tot ketelmuziek zo
zei de melkman aan de koffie

een zwembad vol mensen deed
iets na al wist hij van geen idee.

op de nok van de toren zat raar
een aapje wat zult uit te smeren
over een reeks zingende zaken.

bij de aardappels wilde vandaag
jus! in een heel mooi kommetje
het vlees bleek ook al gesneden
het gezin ging in een goede bui.

een andere dag in oktober regen
zelfs jezus vergat lijn en spijkers
maar november heus weer okay.

Romanke .1


Sprookje

Het begon pas echt nadat ik met een hamer
de pootjes van de kat aan gort had geslagen.
Tot dan toe had het geen enkele kans gehad.
Mijn leven.

Dus liet ik de kop van de hamer na de daad
omsmeden tot een brede band. Om de pols
te dragen. Mijn pols.

Drie dagen na het smeden zat ik in het gevang.
Al heeft dit geen enkel belang voor mijn leven.
Een weekje later nl werd ik alweer vrijgelaten.
Men had zich nogal vergist.

Uit het gevang wilde ik diep.

Eens danig onder de zeespiegel rondsprokkelen
leek me het juiste begin daartoe. Groots en vrij
zogezegd. Twee drie decimeter. Dieper kwam ik
niet. En dat vrije bleef dus ontstellend weg met
zo’n luchtcilinder op je rug. De vissen ook dull.

Dan maar even een straat beleven met een iele
auto. Rood met witte stippen. Maar spillebenen
had ik al uit het water in de lucht zo leek mij de
logische volgorde.

Dus bouwde ik een vliegtuig.

Omdat er geen rem op zat werd ook dat niks
volgens de verkeersleiders. Ze wezen naar
beneden. Daar hing een fiets op slot tegen
de flank van een onaardig versleten paard.

Een oude man aaide de fiets.
Liet het paard ongemoeid.

Het paard kreunde de fiets van zich af. De
oude man liep door want een ha meisje in
minirok keek alsof ze beslist!! niet geaaid
wilde worden. De stof gaf haar hele heup-
lijf voldoende ruimte.

Later dronk ze thee.
Met uitzicht op opa.

Beetje hongerig stap je van zoiets een patat-
zaak binnen en biedt op een hele koe. Dat
wilde ik. Alleen een koe in stukjes was er.
Broodje kroket dan maar. We kunnen er wel
een bestellen. Dat hoefde voor mij niet, een
meisje had ik ook nog niet gehad zo zonder
echt begin. Aldus verdronk er in het kanaal
een vis. Het dier was niet geleerd hoe kieuwen
werken. De burgemeester (ook van het kanaal)
sprak de hoop uit dat dit niet heel veel vaker
ging gebeuren. Jezus had al ‘s iets met vissen
uitgehaald.

Terug naar moeder. Geen optie. Ik zag haar
al staan met die manke kat in haar handen.

Achter het enorme burau stond een lege stoel.

De secretaresse en de stoelzitter waren gaan
lunchen. De telefoon rinkelde niet en op straat
speelde een mier met de schone gedachte een
klinkklare hoop op te werpen. Van tussen de
naden om de tegels verzamelde het dier gelikte
korrels zand.

In de fabriek maakten ze lepeltjes.

Er moest toch wat.

Toen ik mijn huis niet meer uit kon vanwege
de lepeltjes volgde ontslag want het gevang
had ik al gehad. De lucht kreeg een eigenaar-
dige gele kleur. Net of van Gogh tegen een
onnoemelijke hoge ladder was opgeklommen

In een kamer renden twee mensen om een
modelspoorbaan. Ruzie of gewoon wat geil.
De bakker stond al zijn hemden te verkopen.

Van brood en meer bakspul dus veel sprake.

De buurt wilde even geen vis meer.
En ik ving mijn huis te verven aan.

Zonder de lepeltjes was er weer ruimte. Het
huis brandde niet af. Zonk wel wat weg in de
aarde. Het geverfde niet geheel en al voor
niets dus kwam ik vader tegen. Hij was ermee
verlegen. Moeder is dood maar nog altijd niet
bereid je te vergeven en zullen we het dak nu
repareren. Maar ik had net mijn huis geverfd.

donderdag 20 december 2012

bij inhaak krakbeeld vervoegen

hazemelk slaakt mallen naar de lucht
en pimpelmees boetseert zijn dronken zang in staaltjes zon
het geil geluid keilt regels van de rand

de rekening verdwijnt in kolven

voeten weten ruimte naast de schoen en
dat het wiel niet zomaar in de klucht viel

koffers vastgevroren aan vertrek

Pietje Bel sluipt met zijn neus in het zand
geeft het goddelijk land weer alle kleuren

oeverriet aan buiglucht spinnen
hoogtij
hoogtij
want de kip zat in de oerknal al

en het zal zowaar toch niet gebeuren dat
door waterspoeling in het sleutelgat
de lepel zich tot drietand laat verzinnen

Een goed begin

want reikwijdte

en ook hoeveel werk dat is

als u stilstaat bij nieuwe empathiebronnen
kan het zwaar gaan met uw temperament

vuilnisbakmuziek
in veel personen

u kent ze wel van die onwaarschijnlijk maar
waar gebeurende types op eigen terrein het
best
altijd uit op onze hoede

en nog vaker toe
aan een stukje meten:
ik!!!!!!!!!!! zon!!!!!!!!!!!!

evalueren dus maar hé waarlijk elke keer weer
want natuurlijk weten ook zij dat Hitler
de oorlog even zomaar wél had kunnen winnen

en pilletjes

want ha wel uw moment / heus ronkende tijden

- fraai uw bed op voor de ander
- desinfecteer met eigen urine
- ook een mes in alle zak steken

eigenlijk vooral in de goede zandbak blijven
de wil trainen
in de hoop de volgende ochtend in
dezelfde persoon wakker te worden
zonder miljoenen andermansvoeten

God én evolutietheorie voor alle zekerheid

Spatiezaken

God vergeef ons onze zonden.

Godver geef ons onze zonden.

Het punt is dat een gedicht ook goede sier wil maken

also over lokken gesproken
daar vermaak ik u wel mee

gewoon een plastic zeildoek over ALLES heen

of

dingen die een man kan doen
met een …
het woord kut wil bij mij vulgair

ik namelijk
ik neem met schoonhanden
elf letterslagen door stad en dorp

op die diepte

alleen zowaar de strakste middelen helpen
een psych die zijn patiënt op handen trapt
veel snelle snacks in driesterreneetresto’s
auto’s met daarin beslist veel beenruimte

top of the bill: outlets in kortingsdorp voor de funshopper

toch vind ik op het strand vaak brokken veen
die er uitzien als turf
vol met beschermgangen van boormossels

een verschuiving ook kan er optreden
in het noemen – groot dooiermos bijv.
heette vroeger steenkorstmos bij voorkeur
groeiend op steen geel soms ook grijs

hoewel donderdag is voor het eerst weer de veldleeuwerik
gehoord door een homoautomobilicus wat buiten de berm

(online te zien op You Tube)

Hekhaardklokthuistiktik

Hekhaardklokthuistiktik

in zijn zwerk draait het heelal om niet om

en dat hij, de kater, niet zwart wordt
van uren op de bank liggen in zindering
volmondig het loeren verfraaiend
 naar alle dag vogeldienst is nog te doen

maar de ruimte

die volop bekleden met al-weet-steen om echt
het wil een farce heten als een onmogelijk feit
op lekke banden voorthobbelend over de tafel

waar ook de stoelen
rondom de tafel
de rug recht duwen

om al dat vliegverkeerdespul
tot een aannemelijk maaltijdje
te laten worden en dat de haard
moet branden in strenge winters

naar cosywarm

om de wereld van de mens
die veelal op vakantie gaat
naar elk een plaatsje gelijk
aan hekhaardklokthuistiktik

ligbanken blijft hij daarom de kater

woensdag 19 december 2012

Een grappig liedje

als bomen iel gewaaid
zijn vol met einde
en de lucht van aarde is bewolkt

er geen verleden meer
gemaakt wordt waarin
grage stappen haken

de snelheid van
het heden alleen
nog op een stoel
wordt vastgelegd

als woorden schrijnen
in hun letters van
gedachte zinnen zonder zijn

als dan pas als het ware
knelt er woede in geraamde
ogen ergens achter een gordijn