zaterdag 24 november 2012

Requiem voor een huisgenoot

 

(vlieg)

heel alleen in een grijs vlak
vloog jij een kleine zwarte vlek

zo helemaal op je gemak zo
zonder ril of rek geen gedachte
welde in je op over het hoe en wat

een rammel van de trek was het enige dat je bekoorde

jij heerser van het grijs jij vloog daar maar
als was al het doende alleen te doen om jou
totdat een vinger van de tijd jouw kleine lijf

zo zwart doorboorde

nu lig je daar
daar in ‘t grijs
geplet zo plat

alsof je er niet hoorde

Bosje woorden

Bosje woorden


hier
voor jou
een warrig bosje
herinneringen heel opgeraapt
omdat ik in het verleden van je hou
nu heb ik alleen nog deze lege woorden
gevuld met oud en lief en ver eens mooi
zo mooi en zo heel heel lang geleden
toen tijd nog borrelde van vol
en paden op de horizon
en nooit betreden
nu hier
en en
hier
omdat
ik
in
het
ver-
leden
van
je
hou

Zie hier voor de kleurenversie

Rondgang van gevangenen


(bij schilderij van Van Gogh)

kijk, ze wees geschokt naar
‘t bleke schilderij alsof ze iets
herkende

nors, niet kijkend en geklonken
aan de stok wist hij het al
bekende

schuifelde stug voort langs
het prachtig beeld ‘t stond hem
tegen

met laatste krachten bij
bekenden op bezoek en zeker
niet genegen

te kijken naar het doek waarin
het wezen van hun echt zo… zo
werd beschreven

met geschuifel en het stokgetik
kwam zwaar zijn brom van gewoon
maar verder leven

Modern liedje met veel gevoel


‘Een ontploffing zal altijd verrassen maar ik wou dat ik weer eens echt bang kon zijn’

wat kaarten besteld
in belicht verlangen
naar vlotjes klimmen
in geroken schepping

‘Wat zegt u meneer?’

‘Als ik al iets zei, dan zeker iets over een ontploffing’

hij probeerde het nog leuk te maken
met wonderbare vermenigvuldiging
van strookjes boomkruin op het hemeldak

‘Hoewel, de angst mag natuurlijk niet gaan overheersen’

‘Wat u zegt meneer’

in embryonaal zowel als in vergevorderd stadium
schreeuwt de bouwkunde om ingrijpen
hij voelde dat wel maar bleef bij eerdere ontploffing

‘Ja, wat ik zeg, weertje niet?’

Gekooid grijs


bloot in de sauna
is hooguit vijf minuten eng
dan wordt de huid de jas

geen zware maaltijden
geen verhitte discussies
maar een rustig tempo van Elysium

36 tot 38 graden
en andere badderfaciliteiten
maar toch

waar moeten we naar toe

hiphoptaal of maakt een nominatie een
film beter zichtbaar houdt u van wolken

er is zwart wit sepia en grijsblauw
iedereen houdt er van
niemand weet wat het precies is

Shit is lau man
wat? Lau
Tof lau is alles

vleeshal: hallo paradijs
Opmerkelijke tekens in een verloren steenwoud

Hoewel het met die oerfijndag nog niet al te best lukte zo
plompverboden in dit stadje staand herpakten we ons vuist-
knijpend in de zakken van onze regenjassen terug naar het
vrijgenengevoel dat ons er al sinds de eerste dagen van onze
vakantie zo genietbaar doorheen had gesleept om tot hier in
dit neuzelende zeeplaatsje te geraken. Spekkie, nog half in
geurland met zijn zoeksnuffelende neus, had ondertussen zijn
kop opgeheven. Ogenschijnlijk stond ons allerliefste beestje
met dezelfde treurogen van na het verboden eetfestijn net
als wij het bord te bestuderen. Zakte echter een paar tellen later
al gelaten door de achterpoten. Als leek het te hebben besloten
dat dit voor zijn vierpotenwereld werkelijk al teveel was na
dat hem tergende antibord. Wij daarentegen hevelden de bord-
woorden met lichte slikhapjes naar het doordringgebied waar
ook de mogelijkheid tot gevoel voor humor is gelegen. Daar
vond zo’n wonderbaarlijke aanvaring plaats dat mijn vriendin
direct al in haar rugzak begon te graaien met de woorden: waar
is mijn…

Maar eerst het bord.

En vooral wat erop geschreven stond.

Welnu, dit dus:

Menukaart


- Baldadigheid……………………………. 40 Euro
- Natuurlijke behoeften doen………… 46 Euro
- Nuttigen alcohol openbare weg….. 40 Euro
- Aangebroken blik/fles met alcohol
- op openbare weg……………………… 40 Euro
- Nachtrumoer……………………………. 40 Euro
- Opgeven valse naam………………… 86 Euro
- Onnodig ophouden in portiek…….. 40 Euro
- Rijden bromfiets tijdens gesloten-
- verklaring………………………………… 34 Euro
- Helmplicht bromfiets…………………. 40 Euro
- Afval op straat gooien……………….. 46 Euro

Het stond er!

In Terneuzen!
Goed, mijn vriendin graaide dus grinnikend in haar
rugzak naarstig naar onze geldbuidel teneinde zeer rap
een overzicht te krijgen van onze financiƫle situatie. Ze
knikte en stelde, dicht bij dat bord staand, met een wel
erg harde stem grapvol voor dat we de zaken zorgvuldig
moesten verdelen. Ik begreep haar niet direct, voelde
weer een hoopje hoop dat de grond in geboord zou gaan
worden. Verdienen, riep ze wijzend naar het bord, we
gaan een extra zakcentje verdienen. En ja hoor, waar
ik onze buidel al schrikdanig had zien leegvloeien door
ter opkrikking van al die teleurstellende momenten hier
ter plaatse eens eventjes flink vriendinvriendelijk een
flink stukje van een restaurantmenu te gaan gebruiken
wilde zij uiteraard iets heel anders laten gebeuren: die
rare gemeente zou ze eens even een flinke poot gaan
uitdraaien door het hele blauwbordmenu af te werken
zonder daarvoor ook maar een eurocent te betalen, een
uitdraaipoot waarbij ze ook onze allerliefste spekkie een
rol toebedeelde door te zeggen dat onze lieverd zeer zeker
wel even zou willen wildplassen tegen de paal waaraan het
straatverbodsbord hem zo treurhevig hing te verbieden.
Uiteindelijk toch nog enthousiast geworden door het vuur
waarmee ze dit zei riep ik dat we al wat verdiend hadden.
Even wurmde mijn vriendin zich in een vraagteken, keek
me, wegens mijn al zo vaak opgemerkte vaagheid, boos
wordend aan. Al 40 Euro! Het vraagteken bleef. Dat portiek
voor die woonbel weet je nog, zei ik snel, hevig dat vraag-
tekengedoe van haar hatend, maar eigenlijk ook vooral om
de door dat bord plots in haar fantasie opgeroepen deze-
dag-goed-maak-horizonten grapstevig te bestendigen, ‘k
deed er zelfs een stevig tandje aan mimiek bij om deze
geboden kans om uit dit zeezielige Terneuzen toch nog te
halen wat er uit te halen viel heel wel volledig te benutten.
Onze riemspekkie, nog altijd neusijverig bezig zijn verloren
weeldewereld vol eetfestijn te herontdekken, kwispelde guit-
bundig met zijn staart als om ons zo plots opgekomen plezier
met goedkeuring te bevestigen. Een kwispelen waarop mijn
vriendin zich ruggelings langs de paal van het blauwbord op
de straatstenen liet zakken en haar rugzak omkiepte ter uit-
voering van het tiende menugegeven om 46 Euro te gaan ver-
dienen middels de bevuiling van de straat. Opfleuring noemde
zij dat terwijl ik om me heen keek. Maar ook nu weer begon
ze toch. Met sierlijke zwiepen wierp ze al het overbodige uit
de rugzak over haar schouders. Vooral windgevoelige kassa-
bonnen en felgekleurde, uitermate zichtbare al beleefde vrij-
genenfolders warrelden achter haar rug tot voorlopig onder
het rechthoekige bord. Pas bij het laatste foldertje – van Ter-
neuzen zag ik – was het dat we de stem opmerkten van ie-
mand die haastig naderbij kwam. Dat mag niet, kijkt u maar,
zo klonk het hevig verontwaardigd achter een vinger die wees
naar het bord boven mijn vriendin. Een meisje, vlechtblond en
vermoedelijk door een stevig opgelopen kaasteveel zo weg-
gevlucht uit die overbekende reclame van “Aons bent zuunig”
keek mijn vriendin streng aan terwijl de waarschijnlijk hevig
naar kaas ruikende vinger melkwit naar het bord bleef priemen
als wilde het er eh… nu ja, gaten in prikken. Opnieuw besprong
ons de verbijstering.

Heel snel al bij het tweede menuexemplaar aangekomen zagen
we dat het meisje nog altijd stond te priemen en wijzen van het
bord naar ons, daarbij al een flink publiek om zich heen verza-
melend dat ons op zijn minst dwingend de richting van onze auto
opkeek.

Terug in die ‘veilige’ auto pakte mijn vriendin een piepklein
je-weet-maar-nooit-schaartje uit haar nu verlichte rugzak en
begon Terneuzen uit de duurbetaalde kaart van Zeeland te
knippen. Zo, zei ze, weg ermee, daar gaan we even niet meer
naar toe. Terneuzen dwarrelde achter onze auto de berm in
zag ik door de achteruitkijkspiegel. Tussen een paar klaprozen
vlijde het papieren plaatsje zich neer terwijl wij uit zicht ver-
dwenen. De foldertekst “Terneuzen, een stad die wat te bieden
heeft” almaar nazeurend in ons hoofd.

Bijna tegelijkertijd grapten we al vele kilometers verder vanuit
onze ongebroken vrijgenen uitermate luidruchtig tegen elkaar:
“
Terneuzen, een stad die wat te verbieden heeft!”

Over Terneuzen

Opmerkelijke tekens in een verloren steenwoud

Vakantie. Ha heerlijk dachten we aan het begin ervan,
mijn vriendin en ik, eindelijk eens geen beperkingen
en alleen maar doen en laten wat er te doen en te laten
valt volgens een ons al na twee dagen fonkelnieuw aan-
gemeten leefpatroon waarin oerfijn beslist de boventoon
zou moeten gaan voeren. Kortom een verkneukelende
kofferstemming huppelde door onze verse vakantiegenen
zoals een tijdens de steelgroei verlangde vrijheid dat doet
in een gekooide roos die graag uit zijn benarde positie wil
worden geplukt door een niet te miskennen lieftallige dame
met onvermoeibare bloemzucht in het te wapperweelhaar.

Vakantie dus.

Echter, de wil is nog niet de uitkomst van al het mogelijke.

Daar kwamen we al snel achter via onze allerliefste riem-
spekkie die, waar we ook gaan, altijd ongemerkt achter ons
aan kabbelt aan zijn lijntje, want meestal al na drie vreug-
depassen vol ha-daar-ligt-een-nieuwe-ontdekwereld de nagels
sleeppotig aan willekeurig welk wegdekplaveisel vijlend omdat
de rol van riemspekkie haar opgelegd door ons niet, zoals ge-
bruikelijk op andere plaatsen waar het wel mogelijk is, verandert
naar een riemloos vrij huppelen in dat zorgvuldig door ons uit-
gekozen ha-alles-is-nieuw-plaatsje. Met deze beperking had ons
hondje braaf leren leven en ook hield het bijkomstig de nagels
van het beestje op een aanvaardbare lengte waardoor de han-
deling de hondentenen, met de snelgroeiende uitsteeksels,
regelmatig te controleren op onbekommerd kunnen lopen of
rennen van het beestje als vanzelf wegviel.

Een tweeledig doel dus die beperking; het slijpen van de nagels
en de zekerheid dat onze allerliefste riemspekkie niet ineens zeer
afwijkende en eigenzinnige vakantieplannen in zijn kop ging halen
waarop wij dan weer uren zuurzoet zouden moeten doorbrengen
met een hevig piepzakangstig ‘komt ie terug of niet’ spekspeuren.

Zo ook gingen we op een dag naar Terneuzen.

Lang leve de vrijheid grapten we nog tegen elkaar voordat we
het plaatsje binnen nieuwsgierden met ogen die bereid waren
alles, maar dan ook alles op te nemen wat ons als nieuw in de
oren klonk.

En nieuw kwamen we tegen!

Daarvoor evenwel waren we eerst nog langs de boulevard van het
plaatsje gelopen met de verwachting dat spekkie daar een tijdje in
de ‘zee’ zou kunnen rondspetteren ter voor-vermoeiing om het
braafkabbelen in de binnenstad nog wat extra te bevorderen. Maar
wat een vakantiedomper in de vrijgenen kregen we gepompt bij de
aanblik van oever en water! Als bij een kanaal was het waarschijnlijk
vroegere en aanlokkelijke zandstrand weggewerkt onder een rechte
dijk met een talud van glibberige stenen keurig naast elkaar ge-
straatmakelaard met de bijna zo goed als zeker achterliggende be-
doeling, zo beslisten wij, dat er zo weinig mogelijk inwoners zowel
als toeristen nog plezier van het water mochten hebben.

Droog als een rasecht vuilnishondje ging onze hond mee naar de
binnenstad.

Ondanks het teleurgebeuren bij het water toch weer meer dan half
onbevangen geworden – nog was er die vakantie die beslist gevrij-
geend moest worden – wilden we een van de winkelstraten inlopen
met onze spekkie toen we een afwijkend ‘verkeersbord’ opmerkten
waarop ons duidelijk, zo zagen we alras, te verstaan werd gegeven
dat onze allerliefste spekkie in die straat niet welkom was. God-ver-
de-plomp-ver-loren werd ons de vakantieweg afgesneden door
een of ander zeer ongebruikelijk antispekteken in dit nu plots nog
meer tegenvallende plaatsje. Zomaar! Ja, werkelijk zomaar was bij
de weledele dames en heren van de middenstand in dit centrum
onze braafspekkie in het geheel niet welkom. En dat in een stadje
dat toch absoluut weinig meer te bieden heeft dan de geijkte uit-
stallingen van diezelfde middenstand achter danig gepoetste ramen
van te overvolle etalages! Een eerste opkomend vakantiedipje sloeg
ik manmoedig van me af middels de vrijgenen die nog vers, nieuw
en strijdlustig in mijn lijf doende waren. Helaas is mijn vriendin, zo
plots in zulk soort situaties gebracht, nogal eigenwijs, ze doet dan
meestal precies het tegenovergestelde. Zo ook nu struinde ze, mijn
hoop opnieuw de grond inborend, direct de winkelstraat in. Ik bleef
voor het antihondenbord staan, hevig in twijfel haar toch achterna te
lopen, maar ook toen ze na een honderdtal passen wenkte liep ik
het verboden gebied niet in.

Een dierenwinkel vertelde ze even later, mijn vriendin. In die straat
is een dierenwinkel gevestigd! Dat moet je beslist gaan zien eiste ze
bijna meedogenloos van me! Gedrieƫn liepen we, zij en het hondje
kabbelend, ik met het antibord levensgroot in mijn hoofd, naar het
winkelpand. En ja hoor, alsof er van een verbod geen sprake was lag
daar aanlokkelijk de winkel voor huisdieren. De etalage vol met de
heerlijkste dingen, ook voor honden. Vol verbazing sloeg ik figuurlijk
in stijl achterover van deze onbedoelde grap, en wel hup zo op onze
spekkie, die ondanks deze aanslag nieuwsgierig en verlekkerd zijn
verboden neus door de opening van de deur stak als wilde het wel
graag aan een sappig eetfestijntje beginnen, desnoods met een
aantal andere, ook verboden soortgenoten. Na deze vreemde en
lachspetterende constatering beseften we tussen het schouderhik-
ken door dat het centrum van dit Terneuzen voor ons beslist geen
te nemen gebied was. Met veel weerzin liet spekkie zich van de geur-
deur wegtrekken en kwam half met de hondhakken in de verboden
straatstenen gedrukt achter ons aangesleept, zijn treurogende kop
verlangend de tegengestelde richting ingedraaid, want ons beestje
wilde beslist het laatste geurtje meepikken voor we de zo hevig voor
ons afgesloten straat uit zouden zijn. In een andere, normale plaats
zouden we wat lekkers voor hem kopen zo beloofden we spekkie met
een plaatsvervangende schaamte fiks rood op onze toch wel heel ver-
beten kaken gekwakt.

Wat nu te doen?

In een plaats waar al zo weinig te beleven is?

Een plaats ook die voor bijna de helft is afgesloten voor mensen gelijnd
aan honden.

We besloten door te zetten!

Het verbodsbord al half in een van de ladenkastjes van ons schemer-
gebiedje gepropt pakten we het idee op dat al een tijdje een beetje
verloren in een zijruimte van hetzelfde grijsgebied lag als was het daar
neergelegd ter voorkoming, in uiterste nood, van een mislukte dag.
Het bestond uit: Ga het gebied verkennen rondom het verboden centrum.
Door saaie straatjes dwaalden we een tijdje rond, nietszeggende huizen,
slaapverwekkende straatindelingen en tot overmaat van ramp begon het
ook nog eens te regenen zodat we in een van de portieken voor zo’n on-
welsprekende woonbel moesten schuilen.

Daar was het dat we besloten de dag maar te laten mislukken en zo snel
mogelijk onze auto op te zoeken ten einde nog sneller deze plaats, die,
zo wil de geschiedenis, zijn leuknaam te danken heeft aan een landtong
die vroeger op een neus leek, te verlaten. Welnu, alsof het een lange
neus naar ons trok, zo dwaalden we na de bui door de straten van het
plaatsje op zoek naar de parkeerplaats. Echter al danig op weg, stuitten
we opnieuw op iets vreemds. In wat de uitgaansstraat van Terneuzen be-
doelde te zijn troffen we, jawel, bij heel veel gebrek aan anderspannends,
hupsakee weer zo’n bijzonder schrikdadig bord. Een rechthoekig blauw
bord dit keer, waarop met witte letters een tekst was gedrukt die op z’n
minst een ieder die zoiets voor het eerst ziet zou moeten verpletteren, zo
knuppelend absurd was het wat daarop te lezen stond. In ieder geval waren
wij in eerste instantie verbijsterd en onze vrijgenen moesten alle vakantie-
zeilen bijzetten om overeind te blijven teneinde nog een volgende oerfijn-
dag te kunnen laten opdoemen in onze deze dag zo beproefde hoofden.

Wat er geschreven stond op dat bord?

Bezoek Terneuzen!* Of lees eventueel deel 2 hierboven