Vriend AIKE
Geen gemaar alsjeblieft, zeg ik ga geheel vol-
gens het beroemde rampenboekje (voor de
nog onwetende lezer, zie foto hierboven, klik)
te werk dus kan voor jullie, als gelovigen, God
niet anders dan te allen tijde verantwoordelijk
worden gehouden voor al het gedoe op aarde
en in het heelal, zodat ‘t op de mens afschuiven,
wat toch heus je dichtmaatje doet, niet helemaal
volgens de zuivere leer van dat rampenboekje is
als je het mij vraagt.
Ja, als je zo gaat beginnen dan lust ik nog wel
gebedje of wat, laten we er dan maar mee op-
houden, iets dat we toch al afspraken een tijd-
je geleden, ik bedoel, dat we het niet meer over
God en de godsdienst zouden hebben in onder-
havige stukjes.
Zo! Er eerst over beginnen en dan… Is dat een
van die goddelijk slinkse manieren van Deobat-
teren soms?
Overigens en tussenhaaks, zou met het argument
van alle kerken afschaffen dat je medegeloofgenoot
gaf ook ‘t argument van dat rampenboek wegdoen
moeten gelden, de kans dat God na een stevig tijd-
je niet meer in die hoedanigheid zal bestaan wordt
dan al een aanzienlijk stuk groter. Erger nog, geen
poot zou Hij meer hebben om op te staan flikkerde
men die, wat mij betreft, onterechte bestseller naar
vergeetgebieden ergens in nauwelijks nog bezochte
bibliotheken waar men dat boek hooguit nog als een
culturele erfdrager zou mogen lezen op voorwaarde
dat het niet direct ophangen wordt aan bovennatuur-
lijke ideeën. En, om ook nog maar even door te gaan:
niks even er al mee ophouden, eerst moet al de rest
van reactie van die dichter op de brief aan God nog
worden nagelopen, daar heeft hij op zijn minst recht
op. Welnu, hier dus het laatste deeltje uit die reactie:
Wat wij mensen van Zijn schepping maken, dát is de
vraag. Dát is de uitdaging van ons leven, van dag
tot dag. Hij wacht wel, Hij is er, of we nu voor Hem
wegvluchten of ons tot Hem keren, of we Hem nu
vervloeken of danken, of we onszelf nu op de borst
slaan of knielen voor de Allerhoogste. Pas als we dat
laatste durven, kan de vrede in ons hart gaan wonen.
Oef, daar staat me wat zeg!
ZIJN schepping nogal liefst en effe gauw onder
zomaar heb ik jou daar te berde gebracht. Ja,
het lijkt echt heel wat. Petje oef hoor. Echter en
buiten dat, maakt het welbeschouwd dus geen
flikker uit wat je als mens doet, want Hij wacht
wel zo zegt de dichter in zijn stukje. En wat die
uitdaging dan wel is, het is me vooralsnog een
stevig raadsel als het Hem toch geen zier uit-
maakt wat we doen. Knielen of vloeken het zal
die hemelbewoner allemaal een rotmoer an zijn
heilige hemd hangen. Goed, Hij wacht en wacht
en wacht dan wel, maar hij zou net zo goed een
heelalreis van jewelste kunnen gaan maken, want
al hangen we met ons miljarden aan zijn broeks-
pijpen te rukken op wat voor een vloek- of kniel-
manier dan ook het zal Hem voorwaar geheel en
al zijn fantastisch hemelse reisfietsie beroesten.
Waarmee maar wil gezegd dat het knielen, als
het al een waarde heeft om de vrede in onszelf
te vinden, net zo goed voor de eigen en de hele
dag door ons gedragen schoenen kan gebeuren
als dank voor het veilig (want je zit toch maar
mooi ongeschonden, gerustgesteld en daarom
heel kansrijk vredig in je huisje, zo mag er in al-
le liefde toch geconstateerd) door de dag lood-
sen van het eigen lichaam tot aan het al tussen-
haaks genoemde huisje alwaar een eventueel
aanwezig schoenenrek staat waarop of waarnaast
die mogelijk nog warme schoenen als te danken
objecten in uiterste reële toestand zich manifes-
teren.
Wordt vervolgd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten