woensdag 5 december 2012

Mijn vriends meningen 4

Aa_kl_bew_pict0040_3
AIKE

Zoals gezegd in afl. 3, nergens bemoeit hij
zich mee, mijn vriend. Nog niet het minste
meninkje geeft hij. Veel te nooit knoeit hij zich
er eens een keer, al is het maar voor een
frutselmomentje, tegenaan.

He-le-maal niets doet ie!

Ja, dat knabbelen en vele uren kijken naar mijn
pc-schermpje. Plus ‘s avonds godverde ook nog
eens glotzen naar dat andere scherm waarmee
de wereld de huiskamer binnengesmeten wordt
als een door hem per se gewilde wonderwereld
van een aan zijn Heer gelieerde geriefzaligheid
door hem uiterst precies zapzappend opgeroe-
pen. En dat uiteraard uit voorkeur naar een kek-
lekker doezelstaren op een willende ondergrond
van tevreden heillachjes.

Maar goed, tot daar aan toe, dat Heerzappen.
Echter het niks naks nada over mijn stukjes is
toch echt wat mij betreft in de meer dan vrese-
lijke orde van grootwalging een binnenhuisge-
noot onwaardig.

Werkelijk!

Maar aandringen wil ik nog niet. Daarvoor zijn
we te kort bij elkaar. Ik wil hem uiteraard niet
terug naar het verkooppand jagen waar ik hem
nu juist uit gered heb, want zoals ‘t in de volks-
mond luidt: alleen is ook maar hup heel alleen.

Over een tijdje hem eens lichtjes gaan uitdagen
tot het vormen van een mening is een optie. Tot
dan maar verdragen dat kritiekloze staren van
hem naar mijn, voor mij toch heel zeker wel even
fantastisch waardevolle bezigheden waaraan ik
heus een ietwat deukje leukeriaans genoegen
beleef bij tijdzaligewijle. Zeker als er, zoals een
tijdje geleden, door een paar fijnschetige hoog-
broeders heerlijk hulpverlenend op afgezongen
wordt en ik ha…

Bedenkelijk begint hij te kijken, mijn vriend,
schudt meewarig zijn kop over, zoals hij zegt,
het nu toch wat al te génant wordende eigen
navelgezeur. Waarbij ‘t zeker niet uitgesloten
grappig is, zo flitst het me direct rancuneus in,
dat hij zonder het in de gaten te hebben toch
nog een zipje kritiek slist uit zijn zuinig kijk-
end snuitje. Zodat opgeroepen fijnkneukels op
de toekomst mij in het lijf zeggen dat het ha
niet verkeerd was deze vriend zo al te snel in
huis te nemen.

Ook bromt hij nog wat over al dat gevloek van
mij in bovengaande tekst, dat het even geen
pas geeft in deze door mij geschetste hemel-
tijd zo donders te klein beschreven in deel 2
(Over zijn passieve rol in het geheel van dit
gebeuren door mij hem danig aangesmeerd
verslikt hij zich vooralsnog zwijgend in hels
grijs met een welsprekende blik waaruit ik gok
dat hij gewoon nog wat moet wennen aan mijn
verhalengons geboren uit al het hang en vlieg-
werk)

Op naar afl. 5

Geen opmerkingen:

Een reactie posten