zondag 25 november 2012

Naar aanleiding...

Kijk ik uit het raam, zie ik, tussen de regendruppels
en de bomen door, op het eerste lentegroen van het
nog winterbange gras heel plots allerlei wielhuisjes en
ander ‘vreemd’ woonspul staan rondom een grote rode
tent waarin, volgens stedelijk verspreide posters, een
wereld twee uur lang zal plaatsvinden die je de hele rest
van het aardbolletje volledig zal doen vergeten.

Het wordt naar mijn mening nogal danig prematuur beloofd,
want mensen als ik de wereld laten vergeten dan moet er
wel héél veel anders in die rode tent aanstaande gaan zijn.

Vannacht in de stromende regen kwamen ze aan, de wiel-
woonhuisjes, de draagwagentjes en wat al niet meer, met
zwaailichten, want het was donker en als gezegd; het re-
gende in S.

Goed, circus dus!

Uiteraard wist ik dat via de bovengenoemde posters langer
al, maar de hierboven gegeven inleiding brengt mij langzaam
naar een bekentenis die ik vol erg zal moeten uiten. Sinds
de jaren namelijk dat ik woorden kan onderscheiden heb ik
met knerpende jaloezie moeten lezen dat veel schrijvers
immer het verhaal hadden van de belangrijke en heel mooie
belevenis, die ze als kind of jongmens hadden, naar het
circus te zijn geweest. Het nare gevoel bekroop me, na zulke
uitingen, altijd dat ik iets essentieels gemist had al die tijd,
want, en nu komt ie, mijn bekentenis, ik ben tot op de hui-
dige dag van vandaag niet naar welk een circus ook geweest.
Al die zo prachtige verhalen van vooral mannelijke schrijvers
over het circus, al die nostalgie en verbeelding opwekkende
belevenissen middels het circusgebeuren die ze hadden gehad,
ik heb het nooit meegemaakt! Erger nog, nooit wilde ik ook al
erg te vroeg schrijver worden, nooit, nee nooit is het er van ge-
komen en dat hoogstwaarschijnlijk omdat ik niet naar het circus
ben geweest.

O, wat ben ik al die jaren al jaloers op die schrijvers, zij die had-
den beleefd wat ik almaar moest missen, wat ik niet had mogen
meemaken. Verdorie, bijna net zo pijnlijk was het als met die
andere gebeurtenis waarmee schrijvers altijd komen aandraven,
het eeuwige verhaaltje namelijk dat ze in hun derde levensweek
al wisten dat ze schrijver wilden worden. Nauwelijks nog uit het
warme dijgebied gekropen hadden ze al menig schrift vol gepend
en wisten ze het al; ik kan schrijven! Jaloezie, enorme jaloezie,
al jaren en jaren, want ik heb dat even nooit gehad, dat gevoel,
ik moest eerst mijn hele verdomde kind- en bijna volwassenzijn
doorleven voor ik het idee van alleen al het bestaan van boeken
kreeg. Daar waar die nauwelijks aan de dijen ontsnapte hompjes
schrijfvlees al hele schrifturen hadden volgeschreven, was ik nog
een onbenul. Jezus, op hun derde hooguit vierde week al wisten
ze het beweert al jaren jaren en jaren een aantal van onze won-
derschrijvers met verwijzing naar hun vol gekrabbelde babyschrift-
jes waarmee zonder ophouden altijd maar weer o zo interessant
vroegrijp in woorden gewapperd wordt als is het een keurvlag. Nee,
geen circus voor mij, geen vroege onderkenning van eigen talent,
geen wonderkindse eigenschappen had ik al die jaren. Maar ha en
verdorie!, hier komt nu verandering in. Al die gulpende jaloeziejaren
ga ik wegvagen. Al het gevoel geen schrijver te hebben kunnen zijn,
ik ga het verpletteren! De komende dagen zal ik me voeden met
dezelfde beelden, dezelfde nostalgie om net zulke verbeelding op-
wekkende mogelijkheden te hebben als al die wieggetalenteerde
schrijvers hebben gehad. Een danige inhaalslag zal het worden die
zijn weerga in de literatuurwereld niet kent. Hierna zal mijn schrijven
schrijven zijn. Na de postluierverhalen over vroeg onderkend talent
in die schrijvers kan het niet anders of ook ik zal lijken op een kind
met de pen geboren. Een kind al bij de conceptie schrijvend over
dat gebeuren. Ja, ook ik zal zo zijn hierna, een al in de baarmoeder
pre-schrijvend kindje zal ik blijken te zijn geweest, de toekomstige
schrijfknuistjes reeds vol vuistdikke meesterwerken!

Snel naar het circus dus!

En dan daarna, o dan het daarna!
11 februari 2004

Geen opmerkingen:

Een reactie posten